20.3.15

galette met witlof en gekarameliseerde rode ui en abdijkaas

Galettes zijn heerlijk zoet, maar ik heb een voorkeur voor de  hartige. Ze doen mij vooral denken aan winterwandelingen langs het strand (met je botten aan en je haren in de wind) en op zijn best met een glas cider. Deze is een echte 'Belgische' met oude abdijkaas en witlof.



                                                                                      foto: Iris Debremaeker

voor het kruimeldeeg: 200 g bloem * 150 g hoeveboter * 1 eidooier * 50 ml ijswater * tijmblaadjes * versgemalen peper
500 g rode ui * 2 el frambozenazijn * 1 el honing
klontje hoeveboter * 500 g witlof (kleine stronkjes) * 1/2 el honing * versgemalen peper * zeezout
verse oude abdijkaas

Maak het kruimeldeeg: Zeef de bloem, maak er een kuiltje in en kneed er met je vingers de boter door. Klop de eidooier los met het ijswater en kneed door het deeg. Werk af met de tijmblaadjes en versgemalen peper. Rol het deeg in een bolletje en wikkel in folie. Laat minstens 2h in de koelkast opstijven voor je het uitrolt.
Je kan dit deeg perfect op voorhand maken en zelfs invriezen.

Snijd de rode ui in ringetjes en doe met de azijn en honing in een pot met zware bodem. Zet het deksel op de pot en laat op een zacht vuur ongeveer 20 minuten zacht stoven.
Snijd het witlof overlangs in helften. Verhit  een klontje boter en leg de witflof stronkjes naast mekaar in de pan. Klop de honing los met de peper en het zout en schenk over het witlof. Dek af met boterpapier en zet het deksel op de pan. Laat het witlof stoven tot het zacht is maar nog niet uit mekaar valt (hangt af van de dikte van het witlfostronkje).

Verwarm de oven voor op 180-200°C.
Maak de galette: Rol het deeg uit op een bebloemd werkvlak. Bekleed een bakplaat met bakpapier of een bakmat. Leg het deeg erop en verdeel er het witlof, de uien en stukjes kaas over en vouw de randen naar binnen. Zet 15-20 minuten in de oven.
En neem een glas cider...